Ga naar: Menu | Inhoud

een veilige school,een Kanjerschool!

 

Wij geven de kinderen de Kanjertraining. Als eerste school in Nederland hebben wij het Kanjerbord ontvangen! (foto:29-05-2008:uitreiking-kanjerbord) Alle teamleden hebben een certificaat om de Kanjertraining te mogen geven. Ouders, kinderen en school zijn zeer tevreden met de resultaten van deze training.

Doel van de Kanjertraining Het belangrijkste doel is dat een kind positief over zichzelf en een ander leert denken. Het blijkt dat veel kinderen na het volgen van de Kanjertraining zich beter kunnen concentreren op school en betere leerresultaten behalen. De verklaring hiervoor is eenvoudig: de Kanjer-training geeft kinderen handvatten in sociale situaties en daardoor komt tijd en energie vrij. Binnen de Kanjertraining worden kinderen geconfronteerd met de gevolgen van hun ge-drag. (zie ook www.kanjertraining.nl)

Het principe van de Kanjertraining bestaat uit het bewust worden van vier manieren van reageren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van vier typetjes:

Konijn (gele pet)
Te bang, vermijdend, faalangstig en stil.
Het konijn denkt slecht over zichzelf en goed over een ander.

Tijger (witte pet)
Is zichzelf, gewoon, normaal, te vertrouwen, aanspreekbaar op gedrag.
De tijger denkt goed over zichzelf en de ander.

Aap (rode pet)
Grapjurk, uitslover, meeloper, aansteller, malloot.
De aap denkt niet goed over zichzelf, maar ook niet over een ander.

Pestvogel (zwarte pet)
Uitdager, bazig, hork, pester.
De pestvogel denkt goed over zichzelf, maar niet goed over een ander.

Reactiemogelijkheden wanneer je door een pestvogel wordt uitgescholden:

  1. Ik doe bang als een konijn en de pestvogel scheldt door. En zoekt mij vaker uit als slachtoffer, want ik doe toch niets terug.
  2. Ik doe grappig als een aap en denk: op die manier red ik mijzelf hieruit. Andere kinderen denken dan vaak: die is gek! De pestvogel scheldt door.
  3. Ik doe als een pestvogel. Ik scheld terug. Want dit pik ik niet. De pestvogel scheldt ook lekker door.

Ik doe het dan niet goed. De kans is groot dat de ruzie verergert.

  1. Ik doe als een tijger. De pestvogel scheldt mij uit. Ik zeg 'Nou en!' ..en loop weg. Ik gebruik mentale judotechniek. Dat doe ik door niet tegen te spreken maar te denken: als jij dat wilt zeggen, ga je gang, maar ik heb geen zin om hier naar te luisteren. Ik haal mijn schouders op en laat de pestvogels en de aapjes kletsen. Ik weet dat de pestvogel en het aapje altijd ruzie willen, omdat ze stoer willen doen of grappig willen zijn. Daarom ga ik het winnen. De aapjes en pestvogels krijgen hun zin niet. Ik laat mij niet uitdagen. Ze zijn niet wijzer.

Reactiemogelijkheden bij vals beschuldigen, spullen afpakken, schoppen, slaan, duwen, voordringen, bedreigen, de baas spelen:

  1. Ik doe bang als een konijn. Mijn tegenstander vindt mij dan een sukkel en gaat gewoon door.
  2. Ik doe grappig en raar, als een aap. Mijn tegenstander vindt mij dan een rare en gaat gewoon door.
  3. Ik doe als een pestvogel. Ik scheld terug, ik doe brutaal en ram er op los. Want ik pik dit niet. Mijn tegenstander ramt net zo hard of harder terug.

Ik doe het dan niet goed. De kans is groot dat de ruzie verergert.

  1. Ik doe daarom als een tijger.
    Ik wil geen ruzie maken en ook geen sukkel zijn. Ik doe daarom als volgt:
    Ik let op mijn gevoel: ruziemaken is vervelend. Ik denk na wat ik wel en niet wil. Ik zeg tegen de pestvogel "Stop en hou op", want ik vind dit niet leuk. En ik loop weg.
    Als de pestvogel doorgaat, roep ik de hulp in van de leerkracht. Deze zorgt voor een passende straf voor de pestvogel en licht desgewenst de ouders van de pestvogel in.

De vijf afspraken in de Kanjertraining

  • We vertrouwen elkaar.
  • We helpen elkaar.
  • Niemand speelt de baas.
  • Niemand lacht uit.
  • Niemand doet zielig